Coffeeshop Aarden vermeldt sinds vorige week de exacte samenstelling van zijn softdrugs. De analyse vindt plaats in een illegaal testlaboratorium. Dat maakt de uitkomsten onzeker.
Het ontbreken van kwaliteitscontroles bij coffeeshops is al tijden een neveneffect van het gedoogbeleid. Blowers weten eigenlijk niks van de producten die ze gebruiken. Het komt zelfs regelmatig voor dat de softdrugs verboden pesticiden bevatten, blijkt uit een onderzoek van het RIVM.
Op de etiketten van coffeeshop Aarden staat een speciale barcode die met een smartphone gescand kan worden. Vervolgens opent de telefoon automatisch een internetpagina met het volledige testrapport. Alles staat er op: de hoeveelheid werkzame stoffen, maar ook of er gevaarlijke pesticiden of zelfs schimmels in het product zitten. In Nederland zijn er in ieder geval zes coffeeshops die soortgelijke productinformatie bij hun softdrugs verstrekken.
Extra service
Gerard Aarden, eigenaar van de twee gelijknamige coffeeshops in Goes en Vlissingen, wilde klanten de extra service aanbieden. Zijn personeel werkte een jaar lang aan een oplossing voor betere informatievoorziening. Uiteindelijk kwam de coffeeshop bij het bedrijf Cannabytics terecht, dat na analyse in het lab precies kan achterhalen wat er in de wiet zit.
Tenminste, dat zegt het bedrijf. Want Cannabytics beschikt niet over de juiste vergunningen en er is ook geen controle of de analyses op de juiste manier uitgevoerd worden. Cannabytics is dus een illegaal testbedrijf.
‘Formeel strafbaar’
Er bestaat nog wat twijfel of kwaliteitscontroles überhaupt zouden mogen. Het Openbaar Ministerie zegt dat kwaliteitscontroles ‘formeel strafbaar’ zijn wanneer die buiten een coffeeshop plaatsvinden. Maar een testbedrijf zou een ontheffing van de Opiumwet kunnen krijgen, als het voor legale bedrijven analyses uitvoert. Softdrugs transporteren van en naar een testbedrijf is in ieder geval niet toegestaan.

Meer weten over roken? Bekijk de informatie bij onze partner.
De eigenaar van Cannabytics, Greg Dennett, geeft toe dat zijn bedrijf niet over de juiste vergunningen beschikt. “Maar iemand moet de ballen hebben om alvast hiermee te beginnen”, zegt hij daarover. Dennett ziet zichzelf als cannabisactivist en wil vooruitlopen op eventuele legalisering van kwaliteitscontroles in de coffeeshopbranche.
Testmethoden Analyse
Omdat gestandaardiseerde testmethoden op dit moment ontbreken, is er geen absolute zekerheid dat de uitkomsten van de labanalyses kloppen. Gerard Aarden baalt daarvan. “Wij willen graag achterhalen wat er precies in onze producten zit. Maar zoiets kunnen we alleen met zekerheid zeggen als de overheid ruimte geeft voor kwaliteitscontroles.”
Aarden loopt met de etiketten vooruit op besprekingen die in de Tweede Kamer gevoerd worden over de initiatiefwet Gesloten Coffeeshopketen. Vera Bergkamp van D’66 probeert die wet in te voeren zodat legale cannabisteelt voor coffeeshops en kwaliteitscontroles mogelijk worden.
Madeleine van Toorenburg
Maar niet iedereen is daar even gelukkig mee. Zo noemde Madeleine van Toorenburg (CDA) wiet ‘een sluipmoordenaar’ tijdens een eerder Kamerdebat. De politica maakt zich zorgen over de ontwikkeling van jongeren, die zou stagneren wanneer ze langdurig cannabis gebruiken. “Zo’n sluipmoordenaar moet je bestrijden en daar plak je geen overheidssticker met ‘oké’ op.”
Anonieme blower
Een anonieme blower uit Goes vindt de kwaliteitscontroles juist wel een goed idee. “Ik blow al jarenlang dagelijks, maar heb me altijd zorgen gemaakt om de inhoud van zakjes wiet. Soms hoor je enge verhalen over criminelen die haarlak over softdrugs spuiten om het beter te laten branden.”
De herkomst van cannabis blijft vaak onduidelijk, bevestigt een ex-medewerker van een coffeeshop in Zeeland. “Elke keer dat een kweker een zak wiet kwam verkopen, moesten wij de wiet ruiken en proeven. Als de medewerkers er lekker stoned van werden ging het spul gewoon in de verkoop.” Zulke onofficiële kwaliteitscontroles zijn natuurlijk onvoldoende om de veiligheid van consumenten te garanderen.